Je hardloopt een rondje, kijkt op je pols en daar staat hij: je VO2 max. Een getal dat zogenaamd precies vertelt hoe fit je bent. Garmin, Apple Watch en Polar presenteren het inmiddels als een soort eindcijfer voor je conditie, compleet met kleurtjes van "slecht" tot "superieur". Maar hoe betrouwbaar is die schatting eigenlijk, en moet je er je training op aanpassen?
Wat VO2 max precies meet
VO2 max staat voor de maximale hoeveelheid zuurstof die je lichaam per minuut kan opnemen en gebruiken tijdens intensieve inspanning, uitgedrukt in milliliter per kilogram lichaamsgewicht per minuut. Hoe hoger dat getal, hoe efficiënter je hart, longen en spieren samenwerken om zuurstof naar je weefsels te krijgen. Het is een van de beste voorspellers die sportwetenschappers kennen voor zowel sportprestaties als algemene gezondheid op lange termijn.
In een lab meet je dit met een maximale inspanningstest op de loopband, waarbij je ademt door een mondstuk dat precies registreert hoeveel zuurstof je inademt en hoeveel kooldioxide je uitademt. Dat heet indirecte calorimetrie en het is de gouden standaard. Je smartwatch doet dit niet. Die schat je VO2 max op basis van je hartslag, je GPS-snelheid en wat algoritmes die leren van je trainingsdata.
Wat onderzoek laat zien over de nauwkeurigheid
Een onderzoeksteam publiceerde in mei 2025 in PLOS ONE een validatiestudie waarin ze de VO2 max-schatting van de Apple Watch vergeleken met een echte maximale inspanningstest. Dertig deelnemers droegen eerst een paar dagen een Apple Watch en gingen daarna op de loopband voor de labtest. Het resultaat: de watch onderschatte de werkelijke VO2 max gemiddeld met ruim 6 ml/kg/min, met een gemiddelde absolute fout van bijna 7 ml/kg/min. Dat komt neer op een afwijking van gemiddeld 13 procent.
Belangrijk detail: de onderschatting was het grootst bij de goed getrainde deelnemers. Juist de mensen met de hoogste conditie kregen dus het minst nauwkeurige getal terug. De onderzoekers concludeerden dat de techniek nog verfijning nodig heeft voordat je hem serieus kunt gebruiken in een klinische of medische context.
Ander onderzoek naar Garmin-horloges laat zien dat dat merk over het geheel iets consistenter presteert dan Apple Watch, maar ook daar geldt: hoe fitter je bent, hoe groter de kans dat het horloge je conditie onderschat. Polar scoort in vergelijkende tests evenmin overtuigend.
Waarom de meting zo lastig is
Je smartwatch kan onmogelijk doen wat een lab doet. Hij meet geen zuurstofopname, maar leidt die af uit indirecte signalen: hoe je hartslag reageert op snelheid, hoe je hartslagvariabiliteit zich ontwikkelt, en hoe die patronen veranderen over meerdere trainingen. Dat werkt redelijk voor gelijkmatig hardlopen in de buitenlucht, waar het algoritme veel vergelijkbare data heeft om op te trainen. Het werkt een stuk slechter bij wandelen, fietsen op een trainer binnen, of intervaltraining, waar de hartslag minder voorspelbaar reageert op inspanning.
Daar komt bij dat elk merk zijn eigen formule gebruikt, getraind op zijn eigen gebruikersdata. Dat verklaart waarom je VO2 max op een Garmin anders kan uitvallen dan op een Apple Watch, zelfs als je ze tegelijk draagt tijdens dezelfde training. Net als bij andere gezondheidsmetingen die sporters bijhouden, is een enkel getal nooit het hele verhaal.
Wat je er wel mee kunt
Dat de absolute waarde onnauwkeurig is, betekent niet dat het getal waardeloos is. Kijk niet naar de enkele meting van vandaag, maar naar de trend over weken en maanden. Als je VO2 max-schatting gestaag stijgt terwijl je dezelfde manier van meten blijft gebruiken, zegt dat wel iets over je progressie, ook als het absolute getal niet klopt met een labtest. Het algoritme en je lichaam veranderen immers niet van de ene op de andere dag, dus relatieve verschuivingen zijn betrouwbaarder dan het losse cijfer.
Gebruik het dus als kompas, niet als kompasnaald op de graad nauwkeurig. Combineer het bij voorkeur met hoe trainingen aanvoelen en met concrete prestaties, zoals je tijd op een vaste route of het gewicht dat je kunt tillen. Wie echt wil weten waar hij staat, met name voor duursport op hoog niveau, kan voor een paar tientjes euro een submaximale fietstest of VO2 max-test laten doen bij een sportmedisch centrum. Dat geeft een getal waarmee je daadwerkelijk kunt rekenen.
Waarom het getal toch populair blijft
Ondanks de beperkte nauwkeurigheid groeit de aandacht voor VO2 max alleen maar. Fabrikanten zetten het groot in de app, met badges en vergelijkingen tegenover je leeftijdsgenoten, en dat werkt motiverend. Mensen die aan hun conditie werken zien precies wat hun inspanning oplevert, al is het getal zelf zacht. Vergelijk het met stappen tellen: ook daar is de absolute nauwkeurigheid wisselend, maar het stuurt gedrag in de juiste richting.
Het risico zit vooral bij mensen die het getal te serieus nemen. Wie zich zorgen maakt om een lage score, of juist denkt klaar te zijn voor een marathon omdat het horloge "excellent" aangeeft, trekt conclusies die het apparaat niet kan onderbouwen. Zie het als een leuke indicator naast je training, niet als medisch advies.
Dit is wat je morgen anders doet
Blijf je VO2 max-schatting gerust volgen, maar ga voortaan voor de trendlijn in plaats van het dagcijfer. Draag je horloge consequent tijdens dezelfde type training, want dat maakt vergelijkingen over tijd betrouwbaarder. En als je conditie echt een belangrijke rol speelt in je doelen, zoals een hardloopwedstrijd of een sport als Hyrox, overweeg dan één keer per jaar een echte test te laten doen. Dan weet je tenminste waar het losse getal op je pols vandaan komt, en wat het daadwerkelijk waard is.